Random header image... Refresh for more!

in het tohuwabohu van mijn hart

wat is het mechaniek waardoor er op de bodem van de verlatenheid ruimte voor verlangen ontstaat? het beeld van dante’s tocht met vergilius dringt zich op: alleen de weg die helemaal in de hel afdaalt leidt naar het paradijs.

is het misschien zo: als ik mij mijn eigen afgescheidenheid realiseer, als ik mijzelf verlaten weet, dan weet ik mij ook verlaten door de ander. zo kom ik in mijn verlatenheid de ander op het spoor: als een afwezigheid. naarmate de wereld zich steeds nauwer om mij sluit, naarmate ik me steeds verder teruggeworpen weet op het terrein dat mijn lichaam is, naarmate ik me bedreigd weet kom ik steeds dichter bij het punt waarop de werkelijkheid van die ander openklapt: niet als presentie, maar als afwezigheid.

verlaten zijn, verlaten worden: dit is iets wat ik als mens onderga. maar ik ben zelf ook een “verlater” — al is het maar door mijn sterfelijkheid.

in mij is het onrustig, maar ik kan de vinger er niet op leggen waar het in zit. het stormt in het tohuwabohu van mijn hart, maar vanwaar de wind waait kan ik (nog) niet zeggen. zijn het de klanken van de amerikaanse taal, de ruimte van het leven hier, de eindeloos blauwe texaanse hemel die zwanger is van meer dan zij baart?

het voelt alsof het hele leven dat ik mij meedraag aan de oppervlakte komt. en dan de vertwijfeling daar over: hier ben ik dan in het land van al mijn dromen – verloren.

verloren, ja. maar ook verlaten: mijn eigen dromen hebben me in de steek gelaten door stilletjes uit mijn leven te verdwijnen. en het huis dat ik gevonden had heb ik verlaten om in den vreemde mijn tent op te slaan.