Random header image... Refresh for more!

geraaktheid

»In Newman’s work, then, although the human presence is confined within the vertical strip (“here”) and differentiated from the abstract forces of nature (“out there”), the surrounding expansiveness of space ostensibly permits lateral movement in any direction. The stripe does not divide, it simply interrupts a continuous field, a field to which the human presence has complete access and in which it may move in any direction. In 1965, for instance, Newman wrote, “The freedom of space, the emotion of human scale, the sanctity of place are what is moving.” These three sensations are represented by three formal devices in Newman’s work and, in my view, are underwritten by three distinct schemata. The “freedom of space” is respresented by the continuous field and underwritten by the path schema; the “emotion of human scale” is represented by the vertical stripe and underwritten by the verticality schema; and, finally, the “sanctity of place” is represented by the location of the stripe, its textural or chromatic differentiation from the field, and is underwritten by the containment schema.« (Cernuschi, Not an Illustration…, p.118f.)

de doeken van newman verleiden mij telkens om de bekende weg van de reflectie te gaan. bovenstaand citaat uit cernuschi geeft een impetus om me te verdiepen in “body schema’s” – alsof ik daarmee de betekenis van de doeken op het spoor kom. waar het veeleer om gaat is om ten overstaan van deze doeken te verstillen en mij te laten aanspreken door wat zij mij te zeggen hebben.

en toch: in mij is een diep geloof dat begrip van een fenomeen de mogelijkheid schept om me er door te laten raken. begrip is niet noodzakelijk voor geraaktheid, maar kan geraaktheid mogelijk maken. ik geloof niet dat ik l. ten diepste begrijp, maar ik ben wel degelijk door haar geraakt. en hoewel begrip niet noodzakelijk is voor geraaktheid, draagt het bij verdieping van die geraaktheid: begrip, cognitief-empatisch, van wat l. beweegt verdiept mijn geraaktheid.

is dit niet de weg die ik keer op keer bewandel: oscillerend tussen de studie van het mechaniek van de gestemdheid en de incorporatie daarvan in mijn gestemd-zijn?