Random header image... Refresh for more!

de weg van de mens

»Das ist es, worauf es leßten Endes ankommt: Gott einlassen. Man kann ihn aber nur da einlassen, wo man steht, wo man wirklich steht, da, wo man lebt, wo man ein wahres Leben lebt. Pflegen wir heiligen Umgang mit der uns anvertrauten kleinen Welt, helfen wir, im Bezirk der Schöpfung, mit der wir leben, der heiligen Seelensubstanz zur Vollendung zu gelangen, dann stiften wir an diesem unserm Ort eine Stätte für Gottes Einwohnung, dann lassen wir Gott ein.« (Martin Buber, Den Weg des Menschen) de eerste twee zinnen haken in op wat newman met zijn schilderijen wilde bewerkstellingen: een gevoel van plaats.

ik schreef het eerder al: de weg van de mens is de weg van het kruis. en wat de de kruisgang ons leert is niet waar we heen moeten lopen of welke weg we dienen te gaan. wat het ons leert is om in de verlatenheid stil te staan, om in de godsverlatenheid onze plaats te vinden – en daarmee plaats te maken voor de verscheidene.

mijn gedachten gaan veel uit naar dit idee van “plaatsbepaling”. ik merk dat ik door het mediteren steeds gevoeliger raak voor mijn stemmingen. ik voel in mijn lijf de emoties opwellen, het verdriet ronddwalen en, steeds vaker, de rust neerdalen. het zijn kleine stapjes. de voortgang sinds een jaar geleden is dat ik, als ik op mijn kussen zit, mijn ogen stil kan houden; ze dwalen niet langer door de kamer op zoek naar “houvast” maar hebben rust – vrede met waar ze zijn.