Random header image... Refresh for more!

in de tuin van dante

“Geen dood besprong hem nog”, hernam de meester, “geen zonde sleurt hem voort ter droeve foltring, maar tot vervulling van zijn diepste wezen moet ik, een dode, zijn geleider wezen van kring tot kring door heel de helle-diepte…” (Inferno, Canto XXVIII, 46-50). dante’s tocht geschiedt ‘tot vervulling van zijn diepste wezen’ – maar hoe? en waarom? wat betekent het om door de hel te gaan en de louteringsberg te beklimmen om in de hemel te komen?

in de hel wijst vergilius dante terecht omdat hij “geniet” van het lijden. het groteske heeft inderdaad zijn aantrekkingskracht, net als de rechtvaardigheid.

opvallend is ook dat vergilius als geleider beperkte houdbaarheid heeft: het is uiteindelijk beatrice die dante het paradijs doet schouwen.

dante maakte zijn tocht “juist midden op de reistocht van ons leven”, d.w.z. als hij 35 jaar oud is. dit is ook mijn leeftijd. en midden op de reistocht van mijn leven heb ik geen enkel besef van richting.

ik loop met mijn enig kind door de tuin. de zon schijnt, zij zet het op een drafje terug naar “het paleis” waar “de prinsen wonen”. het leven voelt eindig, alsof dit alles nooit weerkeert – alsof het al voorbij is nog voor het begint.

dit besef van eindigheid te laten bestaan, mij voor dit moment te laten bepalen – het is een vreemd soort troost. hier ben ik, met mijn voeten in dit gras en daar is mijn dochter. hier ben ik en daar is het huis, met de tuin en de geiten. en ik zie mijzelf glashelder, zo helder als het huis, de tuin en de geiten in het toscaanse licht. mijn dochter rent, draait haar hoofd om en lacht. ik ben haar vader, ik sta met mijn voeten in het gras. ik sta hier en hier is het goed.