Random header image... Refresh for more!

opvoeding

»De theoretische bezinning dwingt tot rekenschap, legt ons open voor kritiek van en discussie met anderen, dwingt ons onszelf kritisch te zien en dus te her-zien. Dat “pedagogiek studeren” zelf anders worden betekent, heeft Gunning reeds duidelijk doen gevoelen.« [Langeveld, p.16]

het mooie aan langeveld’s beknopte theoretische paedagogiek is de nadruk die het legt op ouder en kind als polen van het opvoedingsveld. het kind is een mensenwezen dat op weg is van de hulpeloze geboorteling naar de volwassen mens die beschikt over ‘zelfverantwoordelijke zelfbepaling’. als zodanig is het kind tegelijk ‘al reeds’ en ‘nog niet’ volwassen. de tocht naar volwassenheid is een hachelijk avontuur, voor zowel ouder als kind. want waar het kind moet leren om in toenemende mate op eigen benen te staan, daar moet de ouder leren het kind te laten staan – en vallen.

prachtig hoe langeveld schrijft hoe ouder en kind zich wederzijds met elkaar identificeren: de ouder “is” het kind wanneer het bepaalt dat het kind naar bed gaat. en het kind “is” de ouder als het zich laat leiden door dit gezag. dit illustreert ook meteen het gevaar dat je als ouder deze identificatie blijft veronderstellen, dat wil zeggen: blijft leunen op een gezag dat er al lang niet meer is.

langeveld spreekt ook over de natuurlijke omvang van ouders en kinderen als een ‘pedagogisch gepreformeerd veld”, dat wil zeggen: als een levensdomein dat de mogelijkheid van een opvoedkundige dimensie in zich heeft. zo is het wellicht met de hele wereld ten opzichte van het transcendente: het is een transcendentaal gepreformeerd veld, waar wij, indien wij daar oog voor hebben, het eeuwige kunnen schouwen.