Random header image... Refresh for more!

op het spoor

»dan is een beeld geen afbeelding, geen inbeelding en geen verbeelding, maar een icoon waarin het woord eikoo, wijken te horen is. zij laten iets zien en daarin verhullen ze datgene wat ze op weg gebracht heeft – dus niet iets bovenzintuiglijks. ze zijn erblickbare Einschlüsse des Fremden in den Anblick des Vertrauten.« (Th.C.W. Oudemans, Omerta, p.98)

de weg naar het absolute is als een weg naar de horizon: het kent geen einde. de horizon wijkt altijd voor mij uit, hoe lang en hoe ver ik ook ga. het is als wat ik eerder over mijn ‘zelf’ schreef: “de weg naar binnen is eindeloos, omdat ons zelf geen diepte heeft maar diepte is.” maar wat ik op mijn weg naar de horizon tref zijn de sporen van het gewekene. ik kom het absolute, letterlijk, op het spoor – niet in zijn aanwezigheid, maar in zijn afscheid. de weg naar het absolute is continu in de presentie van die afscheid verblijven.

zou dit wijken een transcenderen kunnen zijn? niet opgevat als een ‘hogere’ zijnsorde, maar als een ‘verder gaan dan’. en dat ik op mijn weg naar het absolute mijzelf transcendeer op dezelfde wijze dat het transcendente altijd transcendeert en daarin nooit volledig met zichzelf samenvalt – ja, kan samenvallen?

vandaag voel ik in mij het diepe, diepe verlangen naar heelheid. mijn lijf voelt als een vat vol scherven, een verlangend uitgestrekte hand die in het duister tast als een blinde op zoek naar zicht.