Random header image... Refresh for more!

in memoriam

“Because people have been dying around me like flies and I’ve nobody else left to paint but myself.”, zo luidde het antwoord van Francis Bacon op de vraag waarom hij steeds meer zelfportretten schilderde. Ik moest er het afgelopen jaar regelmatig aan denken als ik voor de spiegel stond om mijn das te knopen voor het zoveelste begrafenis, de deur dichttrok bij dementerende grootouders, (groot)ouders van vrienden begroef en ook nu weer, op de avond na de begrafenis van mijn eigen oma.

»Wo das Liebste gegangen, bleibt die Liebe zurück, denn anders könnte Jenes gar nicht gegangen sein,« schrijft Martin Heidegger in Holderlin’s Hymnen. Een cryptische zin waarmee hij de verdeeldheid van het afscheid blootlegt. Want in het sterven, in het verscheiden, ervaren we als achterblijvers de onmogelijkheid van het bij elkaar blijven en tegelijk de onmogelijkheid van het losraken. »Weggaan is iets anders / dan het huis uitsluipen / zacht de deur dichttrekken / achter je bestaan en niet / terugkeren. Je blijft / iemand op wie wordt gewacht.« (Rutger Kopland, Weggaan) Afscheid nemen betekent: wachten, maar wachten op niemand. We proberen vaak op allerlei manieren aan dit wachten te ontsnappen, bijvoorbeeld door het verlies te ‘verwerken’ en zo van iemand ‘los te komen’. Of door juist in wanhoop aan de gestorvene vast te houden. In beide gevallen proberen we de afstand tussen onszelf en de geliefde op te heffen – en zo eigenlijk het afscheid terug te draaien.

Maar dit afscheid kunnen we niet terugdraaien: het is voor ons niet mogelijk het afscheid niet te ervaren, wij kunnen voortaan niet anders dan in gescheidenheid leven. Wat we ook doen, we komen van het afscheid nooit meer los. We zullen ons er toe moeten verhouden op een manier die het afscheid geen geweld aandoet door het ongedaan te maken. Ons leven zal zich niet langer moeten kenmerken door het eindeloze verlangen naar de Ander, maar door dankbaarheid in de afwezigheid van de geliefde. Zolang als ik mijzelf blijf zien als degene die wordt achtergelaten, zolang zal ik blijven zoeken naar mogelijkheden voor wat niet meer mogelijk is: samen zijn zowel als losraken. Maar als ik mezelf bezie als degene die aanwezig is in de afwezigheid van de geliefde, dan kom ik in het vertrek van de geliefde de liefde zelf op het spoor en word ik in aanwezigheid van de afwezige geliefde dankbaar gestemd. »Wo das Liebste gegangen, bleibt die Liebe zurück,« dat wil zeggen: ook de stilte heeft een stem.